• +32 475 82 36 21
  • info@orthofelia.be
  • Op afspraak
Gezondheidspraktijk ORTHOFELIA
  • Home
    • Waarmee kan ik jou helpen?
    • Hoe verloopt een sessie?
    • Behandelingen & begeleiding
    • Ervaringen van cliënten
    • Aangenaam, ik ben Dirk
    • Afspraak
  • Kennis en inspiratie
    • Stress, brein & zenuwstelsel
    • Voeding, darmen & metabolisme
    • Pijn, lichaam & herstel
    • Slaap, beweging & leefstijl
    • Lichaamsgerichte behandelingen
    • Mens & leven
  • Academy
  • Contact
 Bacteriën kunnen reizen in ons lichaam

Bacteriën kunnen reizen in ons lichaam

Voeding, darmen & metabolisme 11 maart 2024

Het is mogelijk dat bacteriën die binnenkomen via ontstoken tandvlees, zoals bij periodontitis, de bloedbaan kunnen binnendringen en elders in het lichaam infecties kunnen veroorzaken. Dit staat bekend als bacteriële translocatie.

Wat is bacteriële translocatie?

Bacteriële translocatie beschrijft het proces waarbij bacteriën van hun normale plekken, zoals de darmen of mondholte, door lichaamsbarrières heen breken en op ongebruikelijke plekken zoals de bloedbaan en in organen terechtkomen.

Neem bijvoorbeeld een heftige tandvleesontsteking, oftewel periodontitis, waarbij bacteriën vanuit de mondholte het tandvlees kunnen infecteren. Normaal gesproken houden ons immuunsysteem en natuurlijke lichaamsbarrières deze bacteriën in toom.

Maar als er periodontitis optreedt, kan het verzwakte tandvlees ervoor zorgen dat bacteriën tijdens dagelijkse activiteiten zoals tandenpoetsen of eten gemakkelijker in de bloedbaan belanden. Van daaruit kunnen ze zich verspreiden naar andere delen van het lichaam en diverse gezondheidsproblemen veroorzaken.

Wat zijn slapende bacteriën?

Onder moeilijke omstandigheden, zoals voedseltekort of weinig zuurstof, kunnen bacteriën een soort slaapstand aannemen. In deze inactieve toestand vertragen ze hun metabolisme aanzienlijk en kunnen ze lange tijd overleven tot de omstandigheden verbeteren.

Zelfs na translocatie kunnen deze bacteriën deze slapende toestand aannemen wanneer ze in de bloedbaan of andere delen van het lichaam terechtkomen, en later weer actief worden wanneer de omstandigheden verbeteren.

Bacteriële translocatie en tussenwervelschijven

Een bijzonder geval van bacteriële translocatie kan plaatsvinden bij de tussenwervelschijven, de schokdempers van onze wervelkolom. Deze schijven, die normaal weinig bloedtoevoer krijgen en een lage stofwisseling hebben, bieden weinig ruimte voor bacteriële groei.

Echter, bij ernstige infecties of bij mensen met een verzwakt immuunsysteem kan translocatie naar deze schijven voorkomen. Als bacteriën daar belanden, kunnen ze discitis veroorzaken, een pijnlijke ontsteking die in ernstige gevallen schade kan berokkenen aan de schijven en omliggende structuren.

Aanbevelingen voor preventie en bewustzijn

Het begrijpen van bacteriële translocatie helpt ons de risico's te herkennen die verbonden zijn aan schijnbaar ongerelateerde gezondheidsproblemen. Om het risico op complicaties te verminderen, zijn hier enkele aanbevelingen:

1. Handhaaf goede mondhygiëne: Regelmatig tandenpoetsen, flossen en tandartsbezoeken zijn essentieel. Dit helpt niet alleen periodontitis te voorkomen, maar verkleint ook de kans dat bacteriën vanuit de mond andere delen van het lichaam infecteren.

2. Let op uw voedingspatroon: Een gezond, evenwichtig dieet ondersteunt zowel de darmgezondheid als het immuunsysteem, waardoor het lichaam beter bestand is tegen ongewenste bacteriële activiteit.

3. Vermijd onnodig gebruik van antibiotica: Overmatig gebruik van antibiotica kan de natuurlijke balans van bacteriën in uw lichaam verstoren, waardoor de kans op translocatie toeneemt. Gebruik antibiotica alleen wanneer echt nodig zoals voorgeschreven door een arts.

4. Vermijd stress: Stress kan invloed hebben op de barrières van uw mond en darmen, waardoor deze doorlaatbaarder worden voor bacteriën.

5. Wees alert op symptomen: Kennis van de symptomen van infecties zoals tandvleesontsteking of onverklaarbare pijn kan vroegtijdige detectie en behandeling mogelijk maken.

De studie kan U hier nalezen. 

Het onbekende hormoon Irisine

Het onbekende hormoon Irisine

Voeding, darmen & metabolisme 11 maart 2024

We weten allemaal dat een goed voedingspatroon en lichaamsbeweging essentieel zijn voor gewichtsverlies. Naarmate we ouder worden, kan ons lichaam echter extra hulp gebruiken bij het verbranden van overtollig vet tijdens het trainingsproces.

Gelukkig kunnen bepaalde hormonen worden geactiveerd die het lichaam helpen efficiënter te werken bij het verwijderen van vet en het verkrijgen van een gezondere vorm. Een van deze hormonen is irisine.

Wat is Irisine?

 Irisine is een hormoon dat vrijkomt tijdens fysieke inspanning en helpt in de strijd tegen vet. Recente onderzoeken, waaronder studies aan de Universiteit van Florida, hebben aangetoond dat dit hormoon cruciaal is voor het verbranden van vet, wat de waarde van lichaamsbeweging voor gewichtsverlies onderstreept. Irisine stimuleert tijdens matige tot intense aerobe activiteiten de transformatie van witte vetcellen naar bruine vetcellen, wat resulteert in een verhoogd energieverbruik zelfs na het sporten.

 Wit Vet versus Bruin Vet

 Om de werking van irisine volledig te begrijpen, is het belangrijk het verschil tussen wit en bruin vet te kennen:

  • Bruin vet bestaat uit cellen rijk aan mitochondriën en is voornamelijk verantwoordelijk voor het verbranden van calorieën en het omzetten ervan in warmte. Dit type vet wordt gestimuleerd door lichaamsbeweging en slaap van hoge kwaliteit.
  • Wit vet fungeert als de grootste energiereserve van het lichaam, isoleert het lichaam en beschermt onze organen. Hoewel noodzakelijk, is overmatig wit vet gelinkt aan diverse gezondheidsproblemen, zoals hartziekten, diabetes en kanker.

 Irisine, Insulineresistentie en Type 2 Diabetes

 Onderzoek suggereert dat irisine kan helpen bij het aanpakken van insulineresistentie, een voorloper van type 2 diabetes. Door het bevorderen van de omzetting van wit naar bruin vet, kan irisine de opname van glucose verbeteren en zo bijdragen aan een beter metabolisme van glucose en lipiden.

 Hoe verhoog je de Irisine-productie?

 Voeding: Een dieet rijk aan gezonde vetten kan de productie van irisine stimuleren.

  • Lichaamsbeweging: Intensieve oefeningen en/of bewegen op nuchtere maag verhogen de productie van irisine significant. De niveaus van irisine blijven tot 13 uur na de training verhoogd.
  • Thermogenese: Zowel blootstelling aan kou als warmte kan de afgifte van irisine bevorderen.

 Studies:

 Studie 1  klik hier

  • Studie 2 Klik hier 
  • Studie 3 . Klik hier
Nanopartikels

Nanopartikels

Voeding, darmen & metabolisme 11 maart 2024

Nanopartikels zijn zeer kleine deeltjes plastiek met afmetingen van minder dan 100 nanometer, die een groeiende zorg voor het milieu en de menselijke gezondheid betekenen. Hoewel ze onzichtbaar zijn voor het blote oog, hebben nano-plastics het potentieel om schadelijke effecten te hebben op alle ecosystemen en alle levende organismen waaronder de mens.

Een nanometer (nm) is 10⁻⁹ meter, wat een duizendste van een micrometer is, of een miljardste van een meter. Nano-plastics kunnen gemakkelijk worden verspreid in waterlichamen, bodems en de atmosfeer. Eenmaal vrijgegeven, kunnen ze langdurig aanwezig blijven in het milieu en een breed scala aan ecosystemen aantasten. 

 Nano-plastics kunnen gevaarlijke chemicaliën absorberen en aan hun oppervlakte binden, zoals zware metalen en persistente organische verontreinigende stoffen (POP's). Deze verontreinigende stoffen kunnen afkomstig zijn van verschillende bronnen, waaronder industriële lozingen, landbouwchemicaliën en verontreinigd afvalwater. Wanneer nano-plastics deze verontreinigende stoffen absorberen, fungeren ze als dragers en verspreiders van giftige stoffen in het milieu. Ze kunnen pathogene microben herbergen en andere verontreinigende stoffen opnemen, zoals zware metalen, koper, vanadium, kwik, lood... . Als we dat microplastic doorslikken, slikken we ook een kleine dosis van een andere schadelijke chemische stof in. Deze stoffen kunnen dan hormoonversterkende of kankerverwekkende eigenschappen hebben. 

 Het vermijden van blootstelling aan nano-deeltjes is niet eenvoudig, gezien ze vrijwel overal aanwezig zijn in onze omgeving. Hier zijn enkele tips om de blootstelling aan nano-deeltjes te minimaliseren en de mogelijke gezondheidsrisico's te verminderen:

 1. Kies voor natuurlijke en biologische producten:

 Probeer producten te gebruiken die geen nano-deeltjes bevatten, vooral in cosmetica, tandpasta, zonnebrandcrème en huishoudelijke schoonmaakmiddelen. Kijk naar labels en vermijd producten die ingrediënten bevatten zoals "nano", "ultrafijn" of "nanoscale".  

Voedsel kan ook besmet raken met secundaire microplasticdeeltjes tijdens de productie en via de verpakking. Vandaar zoveel mogelijk vers, onverpakte bio voeding consumeren. 

 Lees de etiketten aandachtig en zoek naar woorden die duiden op het gebruik van nano-deeltjes.Vermijd producten met ingrediënten zoals:

  • Polyethyleen, afgekort PE
  • Polypropyleen, afgekort PP
  • Polyethyleentereftalaat, een vorm van polyester, afgekort PET of PETE
  • Polymethylmethacrylaat, afgekort PMMA
  • Nylon

 2. Gebruik beschermende uitrusting:

 Als je in een omgeving werkt waar veel nano-deeltjes aanwezig kunnen zijn, zoals in laboratoria of industriële locaties, zorg dan voor het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen zoals maskers, handschoenen en veiligheidsbrillen.

 3. Vermijd roken en passief roken:

 Roken kan leiden tot de vorming van nano-deeltjes in de lucht, vooral in binnenomgevingen. Vermijd roken en blootstelling aan passief roken om de inademing van deze deeltjes te voorkomen.

 4. Luchtkwaliteit binnenshuis verbeteren: 

 Opvallend is dat 39% van de stofdeeltjes in huis, bestaat uit microplastics. U kunt dat aantal verminderen door uw huis zo fris en schoon mogelijk te houden door minimaal één keer per week te stofzuigen en af te stoffen. Kies voor harde vloeren in plaats van tapijt, omdat tapijt grotere hoeveelheden microplastics in de lucht vrijgeeft. Zorg voor een goede ventilatie in huis om de concentraties van nano-deeltjes en andere verontreinigingen in de binnenlucht te verminderen.Gebruik luchtfilters en gebruik geen chemische luchtverfrissers en andere producten die chemische verontreinigingen kunnen veroorzaken.

 5. Drink schoon water:

 Drink bronwater uit glazen flessen ipv plastieken verpakkingen.

 6. Eet en leef gezond en evenwichtig:

 Door te kiezen voor een gevarieerd dieet met veel Bio fruit, Bio groenten en eiwitten, kan je je immuunsysteem versterken en je lichaam helpen om potentiële schadelijke stoffen, waaronder nano-deeltjes, effectiever te bestrijden. Blijf in beweging en hou uw stressniveau onder controle.

 7. Vis en zeevruchten:

 De meeste microplastics vinden via vis en zeevruchten hun weg naar onze voedselketens. De deeltjes die waterdieren consumeren, komen in hun ingewanden terecht, maar worden weer uitgescheiden. Daarom stapelen microplastics, in tegenstelling tot andere stoffen zoals kwik en zware metalen, zich niet op in de loop van de tijd. Omdat visdarmen niet vaak worden geconsumeerd, worden plasticdeeltjes die door vissen worden ingenomen, niet als een direct risico voor de menselijke gezondheid beschouwd.  Zeedieren die zich met een filter voeden, zoals mosselen, oesters en krabben, waarvan we het spijsverteringskanaal wel consumeren, kunnen wel aanzienlijke hoeveelheden microplastic ophopen en doorgeven aan de mens. Het is aangeraden deze vissoorten met mate te consumeren:

  • Weekdieren
  • Garnaal
  • Kreeft
  • Krab
  • Sint-jakobsschelpen
  • Kokkels
  • Oesters
  • Mosselen

 8. Warm je eten niet op in plastic in de magnetron: 

 Plastic en magnetrons gaan niet samen. Dit is ook geldig als het plastic bakje het etiket ‘magnetronbestendig’ draagt. Magnetronbestendig betekent dat het bakje niet smelt in de magnetron, het betekent niet dat er geen chemicaliën in uw voedsel terechtkomen. Naast de accumulatie van plastiekdeeltjes heeft opwarmen door het vrijkomen van ftalaat ook een hormoonverstorende werking en kan leiden tot oestrogenisme. 

 Conclusie:

 Net als vissen accumuleert ons lichaam geen microplastics. Meer dan 90% van de ingenomen microplasticdeeltjes kunnen via onze ontlasting worden geëlimineerd. Maar ondanks dat ze slechts korte tijd in contact komen met ons lichaam, kunnen microplastics nadelige gezondheidseffecten veroorzaken door de sterke binding met zware metalen. Het binnenkrijgen van microplastic deeltjes kan leiden tot negatieve gezondheidseffecten, zoals ontstekingsreacties, toxiciteit als gevolg van de chemicaliën die daarin aanwezig zijn en de verstoring van het darmmicrobioom. 

 Studie

Studie

Studie

Over goede en slechte cholesterol ...

Over goede en slechte cholesterol ...

Voeding, darmen & metabolisme 11 maart 2024

Over goede en slechte cholesterol, LDL, HDL, Triglyceriden, ... zijn er veel meningen. Ik doe een poging een duidelijk verhaal te schetsen.

Aanmaak van vetzuren

Vetzuren spelen een essentiële rol in het lichaam, waar ze dienen als bouwstenen voor celmembranen, energiebronnen en als voorlopers van geslachtshormonen.

Vetzuren worden geproduceerd in onze lever. Onze lever kan verzadigde vetzuren en onverzadigde vetzuren aanmaken.

We hebben drie grote categoriën vetzuren:

  1. Onverzadigde vetzuren zijn groot, onregelmatig, krom van vorm en zacht. We maken ze bijvoorbeeld van omega 3 vetzuren, vette vis, visolie, avocado, pitten, noten en zaden, ... .
  2. Verzadigde vetzuren zijn klein, recht, hard en zwaar van vorm. We maken dergelijke vetzuren aan door het eten van fructose en suikers.
  3. Er bestaat ook nog zoiets als transvetzuren. Ons lichaam kan dat niet aanmaken. Transvetzuren bestaan niet in de natuur, we krijgen die binnen via onze voeding. Transvetzuren ontstaan na industriële verwerking van plantaardige oliën die verhard worden om gebruikt te worden in Bijvb margarine, gebakjes, industriële bereidingen, ... . Transvetten kunnen alleen ontstaan door verharding, verhitting, door te frituren, ... . Ons lichaam kan daar niets mee aanvangen omdat we geen enzymen hebben om die af te breken. (Er zijn een aantal landen die transvetzuren hebben verboden, zoals Denemarken en daar is kanker sterk teruggedrongen.)

Transport van vetzuren

 Vetzuren dienen via ons bloed getransporteerd te worden naar de rest van ons lichaam of terug naar de lever. Daarvoor worden vetzuren opgeslagen in een triglyceride.

Vetzuren zijn zoals het woord het zegt een vetachtige stof. Ons bloed is een waterachtige stof. Vet en water dat gaat niet goed samen, vet blijft drijven op water. Vandaar dat er een transportbootje nodig is om vetzuren in ons bloed te vervoeren.

We hebben twee soorten transportbootjes:

1. Een transportbootje dat vetzuren vervoert van de lever naar het weefsel en de organen. Dat transportbootje benoemen we als LDL. LDL heeft dus de slechte naam gekregen van "slechte cholesterol" omdat het vetzuren naar de organen en weefsels brengt, dus van de lever weg.

2. We hebben ook een transportbootje HDL dat triglyceriden vervoert van het weefsel en organen terug naar de lever en die heeft de naam gekregen van "goede cholesterol" omdat het vetzuren van het lichaam terug naar de lever brengt.

De grootte van zo'n triglyceride speelt een rol

Triglyceriden kunnen groot of klein zijn

  1. Grootte triglyceriden bevatten onverzadigde vetzuren omdat onverzadigde vetzuren onregelmatig en krom van vorm zijn en zodoende meer plaats innemen.
  2. Kleine compacte triglyceriden bevatten verzadigde vetzuren omdat verzadigde vetzuren klein, heel dens, heel compact zijn en dus minder plaats innemen

De bedoeling is dus een groter aandeel van grootte triglyceriden te hebben, dus zoveel mogelijk onverzadigde vetzuren.

 Hoe weten we nu of we grootte of kleine triglyceriden in ons bloed hebben?

 Op de uitslag van een bloedcontrole zien we de waarde HDL en triglyceriden staan. We kunnen de grootte van zo een triglyceride meten door het bloedwaarderesultaat triglyceriden te delen door de bloedwaarde HDL. Op die manier kunnen we vaststellen dat het aantal HDL-moleculen per miligram/deciliter klein of groot is. Hoe kleiner de waarde die we bekomen, hoe groter de moleculen en hoe meer onverzadigd vet we dus hebben.

 Als we een getal uitkomen met

 een waarde onder de 1 is dat super, dan hebben we veel grote moleculen

  1. een waarde tussen 1 en 2 is aanvaardbaar, grootte is noch klein noch groot
  2. een waarde boven de 2 is er toch enige actie noodzakelijk, dan hebben we heel veel kleine moleculen en die zijn ontstelingsbevorderlijk !!!

 Cholesterol is gevaarlijk als cholesterol geoxideerd wordt. 

 Cholesterol op zich is een noodzakelijke stof en hebben we nodig voor onze celmembramen, voor een goede werking van onze hersenen, voor de aanmaak van al onze geslachtshormonen, ... Als de verhouding onverzadigde en verzadigde vetten correct is zoals hierboven vermeld, dienen we op zich dus geen schrik te hebben. 

 Echter wanneer cholesterol oxideert, kunnen verschillende producten worden gevormd, waaronder oxysterolen. Oxysterolen zijn derivaten van cholesterol die ontstaan door oxidatie. Deze geoxideerde cholesterolproducten kunnen biologische effecten hebben die verschillen van die van niet-geoxideerde cholesterol. Ze kunnen bijvoorbeeld bijdragen aan ontstekingsprocessen en de ontwikkeling van atherosclerose, wat kan leiden tot hart- en vaatziekten.

 Oxidatie van cholesterol zal voornamelijk gebeuren door sterke glycemische stijgingen in de bloedwaarde door het eten van bijvoorbeeld veel koolhydraten. Suikers laten cholesterol oxideren.

 Waarom oxideren kleine moleculen, dus verzadigde vetten meer dan onverzadigde vetten en zijn kliene moleculen dus schadelijker voor onze gezondheid?

 Bij elke triglyceride molecule zitten er steeds 2 ALP-A100 eiwitten naast de verzadigde en onverzadigde vetzuren. Het zijn die eiwitten die kunnen oxideren.

 Als jullie kijken naar de tekening bovenaan

 zie je links het transportschip LDL met 5 grootte onverzadigde moleculen. Als we de rekening maken = 5 moleculen x 2 ALP-A100 eiwtten = komen we op 10 eiwitten die kunnen oxideren

  1. Zie je rechts het transportschip LDL met 9 kleine verzadigde moleculen. Als we dan de rekening maken = 9 moleculen x 2 ALP-A100 eiwtten = komen we op 18 eiwitten die kunnen oxideren en dus heel wat meer schade kunnen aanrichten.Dus transportschepen die kleine moleculen vervoeren zijn veel meer ontstekingsgevoeliger daar ze sneller oxideren. 

 Conclusie: Zomaar zeggen, mijn cholesterol is te hoog alleen maar baserend op een te hoge LDL-waarde is wat kort door de bocht. Een betere manier is te kijken naar de grootte van de triglyceriden en zo de mate van ontsteking te bepalen.  Geoxideerde cholesterol is gevaarlijk voor hart- en vaatziekten en daarvoor zijn suikers mede verantwoordelijk. 

 De studie kan U hier nalezen. 

 Een andere studie

Wie moeten we nu nog geloven ...

Wie moeten we nu nog geloven ...

Voeding, darmen & metabolisme 11 maart 2024

Artikel in Washington post STUDIE 1 : Intermittend fasting is goed voor het hart

Washington Post  - June 13, 2020 at 10:00 a.m. EDT

Link naar studie 1

 Artikel in Washington post STUDIE 2 : Intermittend fasting kan risico's voor het hart betekenen

Washington Post - March 18, 2024 at 4:00 p.m. EDT

Link naar studie 2 ( =  observationeel onderzoek)

 ARTIKEL IN EEN VLAAMSE KRANT: Intermittend fasting verhoogt de kans op overlijden aan hartaandoening

In een plaatselijke krant op 20 maart 2024 

Link naar artikel in de krant

 As ik bovenstaande lees zijn er toch wat tegenspraken  en snap ik er niets meer van, hoe kan dit ?

1. In 2020 is intermiitend living goed

2. In 2024 kan het een risico veroorzaken maar blijkbaar niet altijd

3. Een krant bespreekt de studie van 2024 en is vrij zeker van haar zaak en zegt dat intermittend fasting de kans verhoogt op een hartaandoening,  ... 

 Wie moeten we nu nog geloven en hoe kunnen studies van verschillende onderzoekers zo een uiteenlopend resultaat geven.

Waarom kunnen studies zo een uiteenlopend resultaat opleveren:

 1. Onderzoekers zijn ook maar mensen en sommige onderzoekers hebben meer aanleg en interesse in één materie waardoor ze de focus leggen op een bepaald aspect van de studie. Zo kan voor één onderzoek een verschillende resultaat bekomen worden. 

 2. Hoe is de test verlopen via echte personen (vivo), in labo (vitro) of via observationeel onderzoek

 3. Wie heeft de studie betaald en wat was het doel van de studie om te bewijzen. Met getallen kan je alles bewijzen. Ideaal is onafhankelijk met een open mind een studie aan te vatten. Een ander beginpunt is te starten met een vooropgestelde uitkomst die je wil bewijzen.

 4. Vergelijken we hier appels met peren, zijn de twee studies evenwaardig?  Hadden de testpersonen in deze twee studies dezelfde basisgezondheid en/of dezelfde ziekten. .Was dit hetzelfde samengesteld publiek qua leeftijd, qua gezondheidstoestand, man/vrouw, sociale klasse, etnische afkomst, ...

 5. Was er een richtlijn voorgeschreven in beide studies wat men mocht eten binnen het toegestane tijdsframe. Moest men gezond voedsel eten of mocht alles gegeten worden. 

 6. Welke termijn was in beide studies voorzien om te "mogen" eten 16 - 8 , 12 - 12, 23- 1, 5 dagen wel, 2 dagen niet, ....  

 Dus  heel wat factoren kan de uitkomst van een studie laten afwijken van elkaar.

 Mijn persoonlijke mening aangaande al die tegenspraken: 

 1. Wetenschappelijke studies zijn super en noodzakelijk, elke professor doet dit gedreven op zijn manier. Echter ellke studie heeft zijn context. De parameters tussen verschillende studies kunnen verschillend zijn waardoor het eindresultaat dat ook kan zijn. 

 2. Gebruik steeds je gezond boerenverstand. Men spreekt in de laatste studie van 23 Hr niet eten en 1 Hr eten. Dat is er natuurlijk over wat mij betreft. Intermittend fasting wil voor mij zeggen gedurende 12 à 16 hr per dag niet eten en gedurende 12 à 8 Hr eten. 

 2. Intermittend fasting is geen dieet. Een dieet is nooit goed idee, een dieet houden we niet vol. Intermittend fasting is voor mij een levensstijl. Het woord dieet komt trouwens van het engelse woord "diet", wat betekent eetpatroon. In het Nederlands hebben we dit letterlijk vertaald naar dieet en heeft het een heel andere bekrompen betekenis gekregen. 

 3. ik zou fysiologisch niet kunnen verklaren hoe intermittend fasting op zich een hartziekte kan veroorzaken.  Hoe kan 16 Hr niet eten een hartziekte veroorzaken. Natuurlijk dienen we tijdens de 8 uur dat we wel mogen eten gezonde mensenvoeding te eten. Als we in die 8 uur 10 hamburgers eten, 2 flessen cola uit drinken, 8 donuts eten, een paar ijsjes , ... zal dit inderdaad niet bevorderlijk zijn voor ons hart. Zoiets moet dus zeker ook in een studie meegenomen worden.

 4. Evolutionair aten we vroeger niet constant en waren er noodgedwongen periodes van niet eten. Toen we vroeger opstonden hadden we geen koelkast om een ontbijt klaar te maken en moesten we vaak op zoek naar voedsel. Constant eten geeft zoveel negatieve impact op ons lichaam, we eten ons letterlijk ziek. Genetisch veranderen we slechts 0.5% per 100.000 jaar, we zijn al die constante aanvoer van voeding nog niet gewoon. Intermittend fasting beantwoordt meer aan dat ritme. Het laat ook toe aan onze organen om meer tot rust te komen zodat onze lever en pancreas ook andere taken in het lichaam kan vervullen.

 5. Ieder mens is verschillend zowel qua persoonlijkheid als omgevingsfactoren, wat bij één persoon werkt, werkt niet bij een ander. Intermittend fasting kan je ook niet van één op andere dag toepassen wel stap per stap. Genetisch blijven we dezelfde persoon, maar epigenetisch gebeurt er wel iets in ons lichaam over een periode van weken en maanden. 

 6. De meest betrouwbare studie zijn meta-studies. Een Meta-studie is de studie die de resultaten van andere studies over een bepaald onderwerp zal groeperen en zodoende een betrouwbare uitkomst zal bieden.

 De minst betrouwbare studie is observationeel onderzoek. Er is bij deze soorten onderzoek geen verband wel een gelijktijdige aanwezigheid van iets.

 Een beroemd verhaal gaat als volgt: “Tijdens een concert van U2 in Ierland neemt Bono de microfoon. “Elke keer dat ik in mijn handen klap, sterft er in Afrika iemand aan AIDS.” Vervolgens begint hij in zijn handen te klappen. Eerst is het publiek helemaal stil. Dan roept één van de bezoekers: “Stop dan met in je handen klappen.”

 Dit is één van de vele voorbeelden waarop oorzaak en verband met elkaar verward kunnen worden. In dit voorbeeld zal het voor iedereen duidelijk zijn dat het feit dat er in Afrika mensen aan AIDS sterven, niet het directe gevolg is van Bono die aan de andere kant van de wereld in zijn handen klapt. Wanneer Bono stopt, zullen er niet ineens minder mensen sterven. Stel dat er elke seconde één iemand overlijdt aan AIDS, en Bono elke seconde één keer in zijn hand klapt, dan is er een perfect verband tussen de twee voorvallen zonder dat er een oorzakelijk verband is.

 Toch gaat deze interpretatie vaak mis. Het menselijk brein is gebouwd om onbewust connecties te leggen tussen vele verschillende stukken informatie. Ons brein probeert vaak om patronen te vinden in willekeurige data, verbindt hier vervolgens een conclusie aan en gaat er dan (onterecht) vanuit dat er een relatie aanwezig is. Daarom is het voor onderzoekers van cruciaal belang om deze neiging te onderdrukken. 

 Enkele goede meta studies tonen aan dat intermittend fasting kan leiden tot significant gewichtsverlies, verlaagde BMI, verlaagd lichaamsvet, verlaagde insulineresistentie, verlaagd LDL-cholesterol en verlaagde triglyceriden in vergelijking met controlegroepen.

 U kan dit hier nalezen: 

  • Link 1
  • Link 2
  • Link 3
  • Link 4
  • Link 5

  Conclusie: 

  • Wetenschappelijke studies hebben allemaal gelijk in de context waarin en waarvoor ze gemaakt zijn.
  • We moeten daarom wetenschappelijke studies interpreteren vanuit ons gezond boerenverstand en toepassen waar het individu zich er goed bijvoelt.
  • We dienen ook kritisch te blijven ten opzichte van spectaculaire media verslaggeving en een eigen mening te vormen.
  • Als we persoonlijk intermittend fasting uitoefenen dienen we te luisteren naar ons lichaam en zeker niet te overdreven in iets.
  • Zomaar een oorzaak-verband bepalen en zeggen intermittend living kan hartziekten veroorzaken geeft een foute conclusie, andere factoren, zoals voedingskwaliteit, lichaamsbeweging, genetische aanleg en algemene gezondheidstoestand, kunnen ook bijdragen aan het risico op hart- en vaatziekten.
  1. Alcoholconsumptie kan zowel korte- als langetermijneffecten hebben
  2. Insulineresistentie
  3. Waarom steeds Q10 in combinatie met cholesterolverlagende middelen
  4. Metabool syndroom

Pagina 4 van 8

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
Gezondheidspraktijk Orthofelia | Dirk De Man | IJzerenwegstraat 18, 9552 Borsbeke | 0475 82 36 21 | info@orthofelia.be | Cliëntinformatie | Medische disclaimer
Webdesign door DMD-Webdesign
Gezondheidspraktijk ORTHOFELIA
  • Home
    • Waarmee kan ik jou helpen?
    • Hoe verloopt een sessie?
    • Behandelingen & begeleiding
    • Ervaringen van cliënten
    • Aangenaam, ik ben Dirk
    • Afspraak
  • Kennis en inspiratie
    • Stress, brein & zenuwstelsel
    • Voeding, darmen & metabolisme
    • Pijn, lichaam & herstel
    • Slaap, beweging & leefstijl
    • Lichaamsgerichte behandelingen
    • Mens & leven
  • Academy
  • Contact
  • +32 475 82 36 21
  • info@orthofelia.be
  • Op afspraak